Op zaterdag 19 september opent in het Jakob Smitsmuseum de nieuwe expo 'Gemaakt om geschilderd te worden: Kunstenaarskolonies in de Kempen 1840-1920'. Tegelijk verschijnt bij Waanders Uitgevers het boek 'De schilders van de Kempen', een rijk geïllustreerd naslagwerk over de kunstenaars die vanaf de 19de eeuw hun inspiratie vonden in onze streek.
Uitgestrekte heidevelden, kronkelende zandwegen, spiegelende vennen en kleine Kempense dorpen: vanaf het midden van de 19de eeuw oefenden de Kempen een bijzondere aantrekkingskracht uit op kunstenaars. In Genk, Kalmthout, Mol en Wechelderzande ontstonden kunstenaarskolonies die een blijvende stempel drukten.
'De schilders van de Kempen' brengt het verhaal van deze vier kunstenaarskolonies samen met een belangrijke rol voor Jakob Smits en de Molse kunstenaarskolonie, maar toont ook kunstenaars als Adrien-Joseph Heymans, Henry van de Velde, Joseph Coosemans en Emile Van Doren.
De tekst is van de hand van Kristof Reulens, Marina Van Aert, Rosette Dillen en Willy Thijs, met een voorwoord van Peter Konings en Jef Van Gool. Het gebonden boek telt 240 pagina’s en is rijk geïllustreerd met zo’n 220 afbeeldingen.
Het boek bij de expo
Het boek verschijnt naar aanleiding van 'Gemaakt om geschilderd te worden', de dubbeltentoonstelling waarmee het Jakob Smitsmuseum in Mol en het Emile Van Dorenmuseum in Genk samen het verhaal van de Kempische kunstenaarskolonies vertellen.
In Mol ligt de focus op Jakob Smits, zijn leven, zijn omgeving en zijn kijk op de Kempen. In Genk staan het landschap en het schilderen in open lucht centraal. Samen laten beide tentoonstellingen zien waarom de Kempen voor zoveel kunstenaars letterlijk gemaakt leken om geschilderd te worden.
Boekvoorstelling tijdens de opening
'De schilders van de Kempen' verschijnt op zaterdag 19 september en wordt die dag ook voorgesteld tijdens de feestelijke opening van de expo. Het is vanaf zaterdag te koop in de museumshop.

